“Asfaltwegen waren vroeger veel beter.”… o ja?

In de tweede wereldoorlog had je de flying fortress B-17 bommenwerpers. Na de nodige missies richting Duitsland kwamen ze soms wel eens terug vol kogelgaten en beschadigingen. Om de betrouwbaarheid nog verder op te krikken wilde men de bepantsering verbeteren op die plekken waar de kogelgaten zaten. Maar gelukkig werd dat advies omgedraaid: versterk juist die gebieden waar geen schade is te zien. Die gedachte is niet onlogisch maar het is niet het eerste wat er in je zou opkomen, immers de vliegtuigen die niet terug kwamen van hun missie hadden daar juist de schades opgelopen. Dat waren de gebieden waar de motoren en het brandstofsysteem zaten.

Een B-17 bommenwerper teruggekeerd vanuit een missie naar Frankfurt met schade van een Flak luchtafweergeschut.

Deze denkfout heet Survivorship Bias.

Survivorship bias

Het verschijnsel dat bij bijvoorbeeld een onderzoek naar het functioneren van een bepaalde sector, alleen wordt gekeken naar de bedrijven die op dat moment nog aanwezig zijn, en de bedrijven die inmiddels verdwenen zijn, genegeerd worden. Dit geeft een positieve afwijking, die survivorship bias wordt genoemd.

Als je dit weet, zouden er dan in de praktijk van alle dag voorbeelden zijn te vinden waar we eigenlijk op een andere manier naar moeten leren kijken?

Neem bijvoorbeeld de kwaliteit van asfalt. We hebben inmiddels allemaal het idee dat het niet meer gemaakt wordt zoals we dat vroeger gewend waren. De bitumen is slechter geworden, er is teveel prijsdruk door de concurrentie. Allemaal redenen die onderbouwen waarom het vroeger beter geregeld was. Maar klopt die gedachte eigenlijk wel? Door het intensieve gebruik en de tijd is het duidelijk dat alleen die wegvakken die met de hoogste kwaliteit zijn aangelegd het langst stand houden. Alle asfaltwegen van een lagere kwaliteit die mislukt zijn, zijn niet meer zichtbaar voor ons. Die zijn inmiddels vervangen of gerecycled. Alleen die wegen die recentelijk zijn aangelegd en die van een lage kwaliteit zijn, zijn zichtbaar voor ons. Maar niet zichtbaar zijn die wegen met een (te) lage kwaliteit vanuit het verleden. Hierdoor vallen we in de valkuil van het overlevingsvooroordeel.

Je kunt dus niet zomaar concluderen dat ze vroeger betere asfaltmengsels maakten. “Fijn, leuk maar wat heb ik hier aan?”

Twee lessen.

Er zijn twee lessen die we hieruit kunnen leren. De eerste les is dat het negeren van wat we niet zien er voor kan zorgen dat er een foutieve interpretatie van de resultaten kan ontstaan. Maar het belangrijkste les is de tweede, versterk juist waar we geen probleem zien. Dat is ook wat mij wel erg aanspreekt. Het idee om juist te versterken waar geen schade is te gezien.

In het geval van asfaltwegen zou dat kunnen betekenen dat je moet kijken welke wegen het langs schade vrij zijn. Ga daar een verbeterproces op zetten. Maak je minder druk om die wegen die niet aan je kwaliteitseisen voldoen. Het helpt denk ik ook om veel minder energie te steken in het steeds maar opnieuw willen uitvinden van nieuwe asfaltmengsels. Het enige achterliggende doel hiervan is om de concurrentie positie van je bedrijf te versterken.

Op slecht renderende bedrijfsonderdelen is het dus ook van toepassing. Probeer die niet kost wat kost te verbeteren. Focus je op die onderdelen binnen je bedrijf die al goed gaan een maak die nog beter. Ik denk zelfs dat hierdoor grotere inhoudelijke verschillen tussen aannemers gaan ontstaan waardoor ook op termijn de moordende concurrentie minder kan gaan worden. Kwaliteit moet het onderscheidende vermogen worden en niet prijs!

© lbbrhzn

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: